In mijn lessen maak ik veel te weinig gebruik van samenwerkend leren. Na het lezen van Ebbens leek het me ook een veel te grote stap. Dit komt misschien omdat het hoofdstuk over school in algemeen gaat en niet specifiek over wiskunde. Na het lezen van APS wat over samenwerken gaat bij wiskunde voelde ik me stuk enthausiaster. Ik vond vooral belangrijk dat het boek duidelijk waarschuwd dat je niet te hard van stapel moet lopen. Ik ga dan ook in mijn lessen het samenwerkend leren langzaam een grotere rol geven. Waarbij ik de drie sleutelbegrippen van Ebbens gebruik als leidraad: Positieve wederzijdse afhankelijkheid, individuele aanspreekbaarheid en directe interactie. Door deze begrippen is het ook makkelijk om je les te controleren en te evalueren. Ik heb uit de hoofdstukken en van internet een paar werkvormen uitgezocht die ik wil uitproberen in mijn lessen.
Flitsen
Leerlingen krijgen een stapeltje blanco kaarten. Leerlingen schrijven op zo een kaartje zelf een moeilijke vraag/ begrip, waarbij je de paragraven zou kunnen verdelen tussen groepjes/groepsleden. Op de achterkant word het juiste antwoord of definitie geschreven. De leerlingen gaan daarna stapeltjes wisselen en elkaar overhoren. Je kunt hierbij makkelijk de kaartjes van groepen wisselen en voor de klas een kaartje behandelen van elke groep. Bijvoorbeeld bij hoofdstuk over inhoudsmaten is dit goed toepasbaar.
Koppelen
Elke leerling heeft een kaart met daarop een vraag/begrip/tekst/afbeelding. De bedoeling is dat de leerlingen door elkaar heen lopen en andere zoeken die een kaart hebben die bij ze past. Je kunt de leerlingen ook meerdere kaarten geven en begrippen. Ook kan het zo zijn dat meer dan 2 kaarten bij elkaar horen bijv. een formule, tabel en grafiek. De leerlingen moeten dus bijelkaar op de kaartjes kijken om erachter te komen bij wie ze horen.
Domino
Dit spelletje heb ik al meerdere keren met de leerlingen gedaan. Het lijkt een beetje op het Koppelen van hierboven. Elk kaartje bevat een linker en een rechterkant. Aan de rechterzijde van een kaartje staat iets ( afbeelding, formule, begrip) wat bij een linkerkant van een ander kaartje hoort. De leerlingen moeten doormiddel van een spelvorm ervoor zorgen dat er een cirkel onstaat van kaartjes.
Huiswerkcontrole
Bij ons op school is het nu zo dat de leerling zichzelf controleren doormiddel van een nakijkboekje. Bij deze samenwerkingsstructuur is het de bedoeling dat de leerlingen hun antwoorden gaan vergelijken en bespreken wanneer er verschillen zijn. Ik denk dat je hier wel goed moet opletten dat de leerlingen niet te makkelijk elkaars antwoorden overnemen. Ik denk bij deze samenwerking aan groepjes met drie leerlingen. De bedoeling is dat ze gezamenlijk alle juiste antwoorden vinden voor de opgaven, wanneer er na overleg nog twijfel is mogen ze natuurlijk mijn hulp vragen. Ik wil het klassikaal afronden door willekeurig leerlingen de antwoorden te laten geven op de opgaven.
Oefenparnters
Leerlingen stellen elkaar vragen over de geleerde stof. Ik zou ze niet alleen elkaar vragen laten stellen, maar ook toetsvragen laten maken en die elkaar laten beantwoorden, waarna ze de antwoorden moeten bespreken. Ik wil de klas verdelen in groepjes van vier leerlingen. Elke leerling krijg een deel van de stof aangewezen waar diegene 2/3 vragen voor moet maken. Daarna gaat het groepje de vragen om de beurt behandelen, waarbij diegene die de vraag gemaakt heeft alleen tips mag geven.
.


Recente reacties