“een punt ergens achter zetten, punt van je potlood, een punt achter een zin, teken een punt in je schrift”
De wiskunde heeft nog nooit zoveel taal gekend en de leerlingen nog nooit zo een moeite met de taal. Dit hoofdstuk geeft een duidelijk beeld met welke taalkundige problemen leerlingen te maken kunnen krijgen (en ook hebben). Leerlingen kennen de taal van de straat vaak goed, maar elk vak kent zijn eigen taal zo. Het mooiste voorbeeld wat ik zelf ken is het woord punt. Het is zo een simpel woord maar kent zoveel betekennisen, waardoor sommige leerlingen in de war raken.
De tekst is makkelijk te plaatsen in eigen ervaringen. Soms geeft een leerling een zo gek antwoord op een vraag dat ik pas na een paar keer lezen van de vraag doorheb waar het probleem zat: taalproblemen. Ook merk ik in de lessen vaak dat leerlingen die de teksten niet goed begrijpen sneller studie ontwijkend gedrag vertonen. Zo heb ik in 2 leerlingen in mijn klassen die snel afgeleid zijn, omdat ze de opgaven gewoonweg niet begrijpen. Ze zijn beide wiskundig erg sterk, maar wanneer ze een opgaven gewoonweg niet snappen gaan ze grappen en grollen uithalen. Ze proberen dan de aandacht te vestigen op iets anders dan hun taalproblemen. Ik probeer deze leerlingen dan altijd zo goed mogelijk te helpen door ze duidelijk te maken dat ze altijd taalvragen mogen stellen, maar alsnog blijft het lastig.
In begin van mijn opleiding had ik niet door dat de taal zo een groot probleem kan geven als een vak als wiskunde. Voor mijn gevoel waren alle moeilijke woorden altijd juist de begrippen die uitgelegd werden. Ik kwam er voor eerst zelf achter toen een van de docenten bij een project de eerste les volledig in Engels ging doen. Het koste me veel moeite om bij het verhaal te blijven en te begrijpen wat ik nou precies moest doen. De leraar had ook express nog wat dubbelzinnige opdrachten opgegeven, zodat we zelf konden ervaren hoe een taalprobleem aanvoelt. Het verschil was natuurlijk wel dat dit maar 1 lesje was, want aan einde van de les vertelde hij dat dit een voorbeeld was. Daarnaast zat ik met een hele klas met hetzelfde probleem.
Het lijstje met gevaarpunten is een handig lijstje om als controlelijst te houdden bij het maken van toetsen. Ik vind het verder een goed idee om een keer een les over leesproblemen te geven aan mijn eigen mentor klas. Ik denk dat ik op die manier een veiligere sfeer kan creeren voor leerlingen met taalproblemen in mijn klas. Ik merk bijvoorbeeld aan de 2 leerlingen dat ze zich erg schamen voor hun taalprobleem en daardoor niet snel hulp durven te vragen.

Hoi Jeroen,
Wat een enorm leuke titels heb je elke keer boven je opdrachten staan. Je hebt meteen de kern te pakken van het onderwerp van je verslag en gaat er in de tekst heel goed op in. Vooral dat stukje van het zelf ervaren hoe het is als je door een taalprobleem andere problemen voor je neus krijgt door die les in het Engels sprak mij erg aan. Volgens mij word je je op die manier het meest bewust van de problemen die leerlingen tegenkomen.
Ik herinner me van mijn PABO opleiding nog “het land van Okt” waarbij je gaat rekenen in een achttallis stelsel en óók ervaart wat leerlingen in groep 3 en 4 ervaren bij het leren rekenen. Dan leer je in 1 praktijkles véél meer dan in vele theorie lessen. Eigenlijk is dit ook een extra motivatie om te proberen leerlingen wiskunde te laten ervaren ipv alleen de theorie te leren (al ben ik daar nog niet mee bezig hoor, de wil is er, maar in de praktijk komt er o.a. door tijdgebrek nog niks van helaas).
Goed van je trouwens dat je door het gedrag van die 2 leerlingen heenkijkt en weet dat het geen onwil is, maar onmacht op zo’n moment.
Succes met je voornemens voor de les aan je mentorklas (de klas op de foto bovenaan je blog?). Groetjes,
Monique