“proefwerk en toetsen”

In Principe is voor elke activiteit wel een goede argument te verzinnen. En je kan bij elke je eigen opvattingen erbij hebben. Ik zal daarom ook eerst mijn interpretatie vermelden en argumenten erbij gebruiken.

 

Een verbeterde versie laten inleveren.

Elke leerling moet de vragen die hij verkeerd beantwoord heeft thuis of in de klas nog maal maken. Hierbij mag hij het boek gebruiken of hulp. Deze laat hij dan afteken als alles goed gedaan is.

Argumenten:

Een onvoldoende is nooit handig voor een leerling, maar dit betekend dat hij de stof nog niet goed beheerst. Vooral in de eerste jaren is dit de basis voor later. Met deze manier laat je de leerling terugkijken naar de stof die hij nog niet goed beheerste, zodat hij deze iets beter begrijpt waar hij later voordelen uit kan halen.

Daarnaast leer je het meest van je eigen fouten.

 

Bespreken waar dit onderwerp opnieuw aan de orde komt dan wel gebruikt word.

Je gaat hier vertellen aan de leerlingen waar ze deze stof nog vaker zullen gebruiken. Je hoeft hier niet alleen over wiskunde te beginnen, maar kan het nut voor andere vakken nog eens benadrukken.

Argumenten:

Een beetje voorbordurend op vorige activiteit. In de eerste jaren leer je de basis van de wiskunde, zodat je later de stof kan uitbreiden. Je laat hiermee zien dat ze alles ergens voor geleerd hebben en nog vaker zullen gebruiken. Leerlingen zijn gemotiveerder om iets te onthouden als ze nog vaker moeten gaan gebruiken.

Je kan nog eens laten zien hoe de leerlingen nog verder zullen groeien in de loop der jaren met hun wiskunde kennis.

 

Tijd beschikbaar stellen om vragen te stellen over de beoordeling(in of buiten de les).

Er zullen altijd vragen van de leerlingen zijn die niet eens zijn met de beoordeling of over de vragen. Je zorgt er gewoon voor dat de leerlingen langs kunnen komen met vragen.

Argumenten:

Je bent veel gemotiveerder in een les als je met je eigen cijfer eens bent en met de leraar. Leerlingen die nog niet mee eens zijn kan je uitleggen hoe je aan cijfer gekomen bent.

Als leraar maak je zelf ook fouten, leerlingen zien hierbij in dat je ook feedback van hun waardeert en dat leren een samenwerking is tussen leraar en klas.

 

Zodanige aanvulling laten maken dat een leerling toch nog een voldoende kan halen, of zodat hij een meetellend cijfer krijgt.

Leerlingen die een 4 of lager gehaald hebben krijgen de mogelijkheid om dit cijfer nog omhoog te halen. Ze kunnen hun cijfer nog maximaal omhoog halen tot een 4,5.

Argumenten:

Als een leerling zo een laag cijfer haalt word het moeilijk om dit cijfer nog omhoog te halen. Voor sommige leerlingen werkt dit motiverend, maar voor grootste gedeelte werkt dit demotiverend. Een kans om dus je cijfer omhoog te halen tot een 4,5 maakt het verschil in onmogelijk op te halen naar mogelijk op te halen.

Leerlingen gaan nogmaals de basis leren, zodat deze leerlingen later minder problemen krijgen met onderwerpen die op een hoofdstuk doorgaan.

 


Kopie van de opgaven op transparant en de meest gemaakte fouten bespreken.

Je hebt een analyse gemaakt van de toets. En je bent er achtergekomen waar de meeste leerlingen de fout maken. Je gaat met de klas deze fouten nogmaals bespreken.

Argumenten:

Je hebt hem hierboven al vaker gehoord, maar dit is de kans om te zorgen dat de laatste leerlingen ook de basis goed begrijpen en later geen problemen krijgen met wiskunde.

Je probeert de grootste fouten van leerlingen nog recht te trekken.

 

 

~ door jermel op januari 4, 2009.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.